Home

“MET MARIA HET WOORD VAN GOD LEVEN”

In de Schrift worden meerdere vrouwen met de naam “Maria” genoemd: Maria, de zuster van Lazarus en Martha;
Maria, de moeder van Jacobus en Jozef, alsmede Maria, de vrouw van Klopas: deze beide bedoelde vrouwen zijn zeer waarschijnlijk dezelfde persoon; bekender is natuurlijk Maria van Magdala, oftewel Maria Magdalena, die door Jezus werd genezen en die Hem als eerste zag na Zijn opstanding; maar het meest bekend is uiteraard Maria, de moeder van Jezus.

In de loop van de kerkgeschiedenis werd Maria Magdalena aangeduid als vrouw van lichte zeden, wat echter nergens in de Bijbel staat vermeld. Later is op deze bewering een eerherstel gekomen, sterker nog: zij zou een leerlinge van Jezus zijn die bij Hem in hoog aanzien stond, en die constant in Zijn aanwezigheid was.
Dat Maria Magdalena een bijzonder leerlinge van Jezus was komt vooral tot uitdrukking in het apocriefe Evangelie volgens Filippus (de geschiedkundige waarheid van de overlevering is onduidelijk, aangezien er nooit een weerwoord hierop is gegeven), in welk Evangelie onder meer het volgende fragment staat: [Jezus hield op een andere wijze] van Maria, dan van [de andere] leerlingen, en hij kuste haar vaak. De overige [leerlingen zagen hoe hij van Maria hield] en vroegen hem: “Waarom houdt u meer van haar dan van ons allemaal?” De Heer antwoordde hen met de woorden: “Waarom houd ik niet van jullie zoals van haar? Wel, als een blinde en iemand die kan zien samen in het donker zijn, verschillen ze niet van elkaar. Maar als het licht wordt, zal de ziende het licht zien en de blinde in het donker blijven.”

Vertaling: §55-56 naar Slavenburg en Glaudemans.
Alles tussen [ ] is toegevoegd omwille van een leesbare vertaling.Maar zoals al gezegd: degene die ons als “Maria” het meest nabij is, is toch de moeder van onze Heer. In het Evangelie van Lucas 1:35 lezen we: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God.”
Maria staat in het verlengde waarin elke vrouw staat, namelijk in het verlengde van Eva, welke naam letterlijk betekent “moeder van het leven”. Maar het verschil tussen Maria en alle andere vrouwen was en is: zij heeft Goddelijk Leven gebaard.
Maria kent de zorgen en het verdriet die alle moeders om hun kinderen hebben, en kent de pijn die de dood van haar kind veroorzaakt heeft. En daarom is zij ons zo nabij.
Onder het kruis, waar Maria en Johannes (als vertegenwoordigers van de gehele mensheid) stonden, zei Jezus tot Maria, doelend op Johannes: “Zie daar uw zoon”, en tot Johannes zei Jezus: “Zie daar uw moeder”. Hierdoor mogen wij Maria ook als onze moeder beschouwen, terwijl tegelijkertijd hieruit voortvloeit dat Jezus onze broeder is. Welk voorrecht is dit alles!
En tot wie kunnen wij dan beter onze zorgen kenbaar maken dan aan deze Moeder, die wij in Kevelaer mogen noemen: Troosteres der Bedroefden.
En als wij tot God bidden gaan, op wiens voorspraak kunnen wij dat beter doen dan op de voorspraak van Maria?
Hoe vaak bidden wij niet dat mooie gebed, het Ave Maria, het Wees Gegroet, dat zich lof prijzend tot de heilige maagd en moeder richt, en dat ten slotte in een grote bede uitmondt: ‘bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood’.
Moge het ons gegeven zijn om door het voorbeeld van Maria te volgen, namelijk om zoveel mogelijk in de nabijheid van Jezus te verblijven, en zodoende het Woord van God, zoals Hij het verkondigde na te leven.
Maria, wees onze voorspraak bij uw Zoon, hoor onze gebeden aan, en geef ons troost en uitzicht in ons verdriet.

Martien Evers voorzitter broederschap